Hoofdstuk 11
WELKE MAATSCHAPPIJ
WILLEN WE VOOR ONZE KINDEREN?
De
reclamewereld is tegenwoordig hoe langer hoe vindingrijker en weet overal wel
een seksuele toespeling op te maken. Seks is gedegradeerd tot een alom
aanwezig consumptie-artikel, een vorm van seksualiteit die zich beperkt tot
louter lustbeleving ( zie de porno-industrie, besloten clubs, enz. ). Dit
is een uiterst florissante en suggestieve vorm van commercie waarmee iedereen
overal wordt gemanipuleerd, niet alleen
buitenshuis maar ook op de buis en in de bioscoop. Kortom, het is een wereldwijd fenomeen. Door het lovende
commentaar op de verrukkingen van seks en erotiek raken we het spoor bijster
tussen de noties « hebben » en « zijn » . Wil je gelukkig en « up to date » zijn, dan
moet je vooral « uit de bol gaan » zonder je iets aan te trekken
van « ouderwetse » waarden, zoals kuisheid, trouw en
jezelf wegcijferen uit liefde voor de ander.
Het
enige voorbehoud dat telt, is de Natuurwetten niet al te zeer met voeten te
treden. In dit discours over seks komt de natuurlijke finaliteit - de
voortplanting - nauwelijks nog aan bod, behalve wanneer contraceptie ter
sprake komt of de realisering van kinderwens tot elke prijs. Gelukkig wordt
seksualiteit nog wel steeds gekoppeld aan genegenheid, maar zonder dat de
seksuele daad wordt voorgesteld als het resultaat van een lang rijpingsproces
( in de meeste films, waarin alles « vlug-vlug » moet, gaan ze snel uit de kleren ). Bovendien wordt seksualiteit
voorgesteld als iets dat behoort tot de privé-sfeer : over de finaliteit van
het moment wordt individueel of als koppel besloten ( soms zelfs door een groep
partners ). Hoe mensen ook met hun seksualiteit omgaan, het wordt meestal aangeduid
als « normaal » : de norm is om uit te komen voor je
seksuele voorliefdes. Op tv verwelkomen animatoren van talkshows abbé Pierre of
de eerste minister met dezelfde empathie als een stelletje sadisten en een
koppel dat open en bloot op de scène met elkaar vrijt ...
Al
worden kinderen niet rechtstreeks tot de hoogmis van de seks uitgenodigd, ze
zijn toch - onvrijwillig of geïnteresseerd - getuige van deze doorlopende
celebratie. Van jongs af aan worden ze hierdoor sterk beïnvloed, terwijl het
hen ook nu al tot misstappen kan aanzetten. Kinderen kunnen zelf uitmaken of
ze, evenals de volwassenen, hiervan willen proeven en sommigen laten zich dit
geen twee keer zeggen!
Troebele gevoelens
Ik werkte eens mee aan een veelbekeken televisie-uitzending
over pornografie. Links van mij zaten de minister van Cultuur en een aantal
parlementsleden en rechts van mij twee jongens en een meisje van 17 aan
wie de presentator vroeg om iets over hun ervaringen met porno te zeggen. Ze
vertelden hierover alsof het de natuurlijkste zaak van de wereld was en een
interessante ervaring waarvan ze anderen deelgenoot wilden maken. Ze
beschreven hoe ze rond hun 12de
jaar aan seks toe gekomen
waren, dikwijls in gezelschap van een of ander vriendje, hoe opwindend het wel
was, alhoewel « het natuurlijk niets met liefde te maken heeft .. »
Toch is de officiële
boodschap van volwassenen : « Niet kijken! Afblijven! »
Zowel iedereen die geld verdient
aan seks als vrijgevochten volwassenen zouden de jeugd graag zo snel mogelijk
zien meespelen op de seksmarkt : die jeugd wordt dan ook overstelpt met de
seksuele avontuurtjes van hun idolen. Ze weten dat jongeren steeds vroeger hun
eerste seksuele relatie hebben en dat het heel gewoon is om als 11- of
12-jarige naar porno te kijken. In de toiletten van de meeste middelbare
scholen staan tegenwoordig condoomautomaten - want preventie is verplicht ...
De
zevende hemel
De
populaire televisieserie « Bei aller Liebe » (
W.F. Henschel ) - een politically correct voorbeeld - gaat over het
dagelijks leven van een Duitse welgestelde familie. Severin ( 14-15 jaar ) en Sofie (
even oud ), een verliefd koppeltje, gaan voor de eerste keer met elkaar naar
bed in de kamer van de jongen, iets waarvan de ouders impliciet op de hoogte
zijn. Na het bedrijven van de liefde zie je het meisje en de jongen teder met
elkaar praten : « Heb je een orgasme gehad? Ik weet het niet, ik was een beetje
bang ». De beladen didactische sequentie van het « condoom-waaraan-je-als-verantwoordelijk-mens-moet-denken
» werd ons tenminste bespaard. Zowel ervoor als erna maakten de ouders geen
enkele toespeling op de seksuele relaties - verondersteld te behoren tot het
privé-leven van het jonge stel - maar bogen zich als de gelegenheid zich
voordeed over hun amoureuze problemen.
En zo wil onze maatschappij haar
kinderen overladen met een massa wetenschappelijke informatie over de talloze
aspecten van seksualiteit. Bij wet verplicht onze maatschappij leerkrachten
die hier sceptisch tegenover staan, toch dit hele pakket seksuele voorlichting
te geven, maar dit materiaal is zodanig opgesteld dat het lijkt alsof kinderen
zich pas rond de puberteit voor seks zouden gaan interesseren. De markt wordt
overstroomd met encyclopedieën, dvd's, cd-rom's en tal van educatieve
spelletjes, waarin van A tot Z wordt uitgelegd hoe het allemaal werkt. In dit
hele pakket wordt helaas - nauwelijks of niet - gerept over lustgevoelens, het
bestaan van een gezonde seksualiteit bij kinderen en over de ernstige problemen
waarmee kinderen soms zitten.
Erger nog, de traditionele of
verhulde hedendaagse onderdrukking van seksualiteit bij kinderen blijft
schrijnend actueel. Weliswaar staan we tegenwoordig dikwijls toleranter dan
vroeger tegenover het « gewone » masturberen en
de meest onschuldige seksuele spelletjes. Maar wanneer het kind een stapje
verder gaat, wordt al gauw gezegd dat het rijp is voor de psychiater en de
rechten.
Om de kinderen ten slotte goed
flink schrik aan te jagen, wordt er gedreigd met de boze wolf-pedofiel. Op elke
hoek van de straat kan er wel een op de loer liggen! Overal zijn er dan ook
toneelstukjes en preventiecampagnes om de kinderen te waarschuwen. Op een paar
uitzonderingen na wordt hen geen echte strategie geleerd om de tegenstander met
woorden af te poeieren. Ook wordt in alle talen gezwegen over wettige
zelfverdediging en het recht dat kinderen hebben om hun agressor een flinke
trap tussen zijn benen te verkopen. Nee, ze moeten zich bij mama gaan beklagen,
waarop dan na officieel ingrijpen doeltreffende hulp voor 100% gegarandeerd zou
zijn. Maar de werkelijkheid ziet er dikwijls heel anders uit!
Seksuele activiteit bij kinderen
wordt maar zelden in de kijker gezet en dikwijls op een zoetsappige manier. Af
en toe vangen wij een glimp op van voorstellingen die heel « traditioneel » blijven : het
masturberende kind, kleine Robbedoes die zich klaarmaakt voor een « doktersonderzoek
» op
Suzette, de al wat ondernemender Titeuf en het seksueel misbruikte kind als eeuwig
slachtoffer. Aan de andere kant duikt het diabolische spookbeeld op van de
minderjarige aanrander, die alleen opereert of in een groepje ( dit laatste
schijnt onrustbarend toe te nemen met steeds jongere daders ). Die
alarmkreten lijken echter heel sterk op de geluiden over jeugddelinquentie die
steeds meer zou toenemen. Hebben volwassenen door de eeuwen heen niet altijd de
onstuimige jeugd als bedreigend ervaren?
Bij dit alles raakt een
belangrijk en gediversifieerd stukje underground uit beeld ( neem
maar een kijkje op internet ... (1)) en de
maatschappij in haar geheel onderschat zwaar de nuances en de omvang van
seksualiteit bij kinderen. Een uitzondering hierop vormt een kleine minderheid
van volwassenen voor wie kinderseksualiteit handelswaar, een consumptieartikel
of iets fascinerends is ( met weemoed eraan terugdenken hoe je op je tiende met
« je plassertje speelde » of onscrupuleuze lieden voor wie jonge kinderen al
losbandig mogen worden ). De meeste volwassenen willen slechts het onzichtbare
deel van de ijsberg in aanmerking nemen en zij maken er dan het volgende van :
- Een voorwerp van toewijding,
opvoeding en verzorging. Tot op zekere hoogte kan dit positief zijn, maar het
is opletten voor commercieel en ideologisch wangebruik : overdreven en tamelijk
ondoeltreffende hulpverlening voor kinderen die slachtoffer werden van seksueel
misbruik, triomfalistische beloften van politici in verkiezingscampagnes,
technocraten op ministeries die al het menselijke ontleden op steekkaarten en
verkopers van encyclopedieën over seksualiteit met aandacht voor alle
levensfasen van het kind. Nogmaals, de sexually correct-opvoeders laten het kind maar weinig manoeuvreerruimte ( «
Masturberen hoort erbij (2) ...
maar het is niets vergeleken met het verrukkelijke gevoel dat je later zult
beleven ... 0f, doe het niet te vaak. 0f, als de piemel van een
vriendje in je mond belandt, ben je echt abnormaal »).
- Een voorwerp van schande en
onderdrukking. Zodra er sprake is van een schijnbaar « harde » seksuele activiteit
tussen kinderen, moeten er absoluut snel een aanrander en slachtoffer worden
aangeduid : alsof volwassenen te laf zijn - of te veel van zichzelf walgen - om
zich in te denken dat ieder kind zich kan identificeren met pornobeelden die
door de wereld van volwassenen bij de vleet worden gecommercialiseerd.
Minderjarige aanranders zijn bovendien vaak een echt buitenkansje voor goeroes
van gespecialiseerde psychotherapieën.
Afgezien van het feit dat
kinderen op de meest onverwachte momenten met vragen of ideeën over
seksualiteit komen, willen ze er alleen serieus over praten met personen in wie
zij vertrouwen stellen. Ouders en mensen in de educatieve sector moeten hiermee
rekening houden en snel en bondig kunnen reageren. Kinderen hebben immers een
andere notie van tijd en die is voor hen kort (3).
Hoe
kun je je als ouder voorbereiden?
Als ouders zich hierbij niet op
hun gemak voelen, kunnen ze zich er wél op voorbereiden. Zo bestaan er
sensibiliseringscursussen, uitgewerkt door verenigingen of de « Oefenschool
voor ouders ». Ook bestaan er publicaties die een genuanceerd beeld van seksualiteit
geven. En mochten ze met een ernstig probleem zitten, dan kunnen ze er met een
hulpverlener ( psycholoog, huisarts ) over praten. Hulp van andere ouders,
bijvoorbeeld door middel van de discussieforums op internet, kan ook steun
bieden.
Hoe
kun je je vormen als hulpverlener?
De opleiding van bekwame
hulpverleners is van groot belang. Er zou een onderdeel kinderseksualiteit
moeten komen in de opleiding van huisartsen, kinderartsen, schooldokters,
psychologen, pedagogen, leerkrachten, enz. En dan niet zozeer over de
technische kanten, maar veeleer over hoe de kinderen het zélf ervaren.
Tim ( 11 1/2 jaar) is totaal van de kaart (
spijbelt en is negativistisch ingesteld ) sinds de huisarts hem praktisch
zonder een woord van uitleg, heeft gezegd dat zijn penis « een
beetje korter was dan normaal ». Maar na veel aarzelen,
raapte de preadolescent al zijn moed bij elkaar om de huisarts hierover door te
vragen, want de lengte van zijn penis plus het feit dat hij bijna puber werd, hield hem erg bezig. Hierbij
kunnen wij ons afvragen of die huisarts wel beseft wat dit soort ongerustheid
bij sommige jongens teweeg kan brengen.
En
seksuele voorlichting?
Ik vraag me af en toe af hoe doeltreffend seksuele voorlichting op school is.
Uiteraard kan basisvoorlichting over het seksueel functioneren nuttig
zijn, met inbegrip van enkele beschouwingen over de rol die seksualiteit in
menselijke relaties speelt. Maar kinderen bouwen vooral hun kennis op door
onvoorziene gebeurtenissen in hun leven. En des te beter wanneer een leerkracht
- evenals een ouder - kan inpikken op een recent seksueel voorval dat grote
indruk op de kinderen heeft gemaakt en hier heet van de naald in de klas over
spreken.
Moet er een breder en toegankelijker onthaal worden gecreëerd voor de vragen, het verdriet en de weetgierigheid van kinderen?
Zolang wij ondanks onze
oprechtheid, opvang en geheimhouding niet hun vertrouwen winnen, moeten we in
alle nederigheid toegeven dat kinderen in een persoonlijk gesprek met ons
steeds afstandelijk en zelfs op hun hoede blijven. Een deel van de ouders is er
uiteindelijk in geslaagd dit vertrouwen te winnen. Des te beter! Maar laten wij
als psychologen en sociaal werkers liever de hand in eigen boezem steken dan
er teleurgesteld over te zijn dat kinderen ons zo weinig over hun seksualiteit
vertellen. Het « van mond tot mond » geldt ook voor hen onder elkaar en ze vermoeden
terecht dat psychologen, enz., die zeggen dat « ze er zijn om hen te helpen » wel eens uit
hun rol kunnen stappen en iets over zichzelf uit de doeken doet bij het
evoceren van een seksuele activiteit. Vaak is het zo dat een kind enorm lijdt
voordat het de stap zet om met zoiets over de brug te komen!
Hoe doeltreffend is de « Kinder-
en Jongerentelefoon »? In Vlaanderen worden er vooral concrete informatieve vragen gesteld over
verliefdheid, de eerste keer, pijpen en beffen. Anonimiteit is verzekerd. Dit
geldt tevens bij doorverwijzing. Ook bij de vertrouwensartscentra kan het
anoniem blijven. Maar wil het kind bijvoorbeeld dat seksueel misbruik ( of
mishandeling ) stopt, dan moet het kind zichzelf wel bekendmaken.
En
hoe is het gesteld met de websites. (4)
Enkele
sites hebben aan de hand van een aantal karakteristieken het vertrouwen van de
jeugd kunnen winnen, met name van preadolescenten :
-
Anonimiteit gegarandeerd ten aanzien van andere gebruikers ( er worden geen e-mail-adressen
doorgegeven ), dus totale bescherming gegarandeerd ( geen gevaar om
versierd te worden door een pedofiel op leeftijd die beweert 14 jaar te zijn)
-
Animatoren geven de ruimte aan allerlei ervaringen ( op deze forums zijn het de
kinderen en adolescenten die met elkaar praten en elkaar bijsturen ).
- De jonge gebruikers wordt
verzocht om het te houden bij hun verhaal over de werkelijk beleefde ervaring
en niet over porno te spreken ( « Je zusje van 6-7 jaar zou die teksten kunnen
lezen »).
- Af en toe en discreet een
reactie van de animatoren. Deze geven steun, een aanmoediging en blijk van
medegevoel en keuren alleen ernstige misstappen
af ( toch wordt waarschijnlijk een klein aantal zeer perverse of
destructieve berichten gecensureerd ).
- Het
is verrassend te lezen hoe precies kinderen zich weten uit te drukken, hoe
intens hun seksuele ervaringen ook mogen zijn of hoe pijnlijk hun eenzaamheid,
en hoe ze elkaar tot steun kunnen zijn, zich met elkaar
kunnen identificeren en elkaar stukje bij beetje hun eigen ervaringen door te
geven. Dit zijn dus wellicht de aangewezen plaatsen waarop kinderhulpverleners
met tact en discretie een rol kunnen spelen?
Zoals
voor alles is Internet te vergelijken met de Griekse fabeldichter Aesopus, in
staat tot Goed en Kwaad.
- Het
Goede : heel wat kinderen redden zich alleen (5)
( of met z'n tweeën of drieën van dezelfde leeftijd ) en
vinden op internet informatie die hen echt interesseert. Internet is het ideale
oefenterrein waarop zij hun nieuwsgierigheid kunnen botvieren, allerlei
uitdagingen kunnen aangaan en bepaalde regels van de volwassenen overtreden,
zonder de risico's van het straatleven. Kinderen en vooral adolescenten kunnen
er gevoelig liggende vragen stellen, een positief antwoord krijgen en zich
minder eenzaam voelen. Er ontstaan « virtuele » vriendschappen
die erg diep kunnen gaan.
- Het Kwade : ik heb het
verslaafd zijn aan internet reeds behandeld. Door internet raken verlegen
kinderen geïsoleerd; het verhindert concreet sociaal contact. Anderzijds komt
op internet de informatie « in een blok » op je af en doet zich altijd voor in
aantrekkelijke vorm. Het is vaak moeilijk voor kinderen om hun kritische geest
te oefenen en te verwerken wat ze onder ogen krijgen! Informatie wordt zonder
taboe geleverd en de inhoud ervan kan traumatiseren of perverteren. De grenzen
van het Kwaad lijken te vervagen, want alles is zo puur virtueel en hoevelen
maken hier geen misbruik van de jeugdige surfer! Het kind wordt verzocht zijn
driften ongeremd de vrije loop te laten en het kan hierdoor verstrikt raken in
de meest afschuwelijke afwijkingen.
Wat internet betreft, moeten wij
het gebruik van dit medium op zijn minst proberen te controleren, ook al is die
controle niet voor 100% doeltreffend. De computer dient op een rustige plek te
staan, waar je gewoon langs kan lopen. Er moet met de kinderen onderhandeld
worden over het aantal internet-uren en waarvoor ze internet willen gebruiken. Stel hiervoor regels op waar later niet
van afgeweken wordt. De ouders hebben er alle belang bij om ook met
internet « overweg te kunnen »; er zich voor te interesseren, samen met hun kinderen
de een of andere
internetactiviteit te delen, soms even mee te kijken
over de schouder van hun chattende kinderen. En zijn filters echt doeltreffend?
We dienen goed te beseffen dat deze vooral aangeprezen worden door de
Noord-Amerikaanse fabrikanten. Ze kunnen wel efficiënt zijn om de jongsten
tegen de schokkendste beelden te beschermen, maar vormen geen barrière voor
grotere kinderen; die worden er eerder door gestimuleerd en geprovoceerd.
Maar wat we vooral moeten doen,
is met kinderen praten, praten en nog eens praten (6). Deze nieuwe vorm van
toegankelijkheid tot het Kwaad via de
multimedia moeten we integreren zonder dat het uitgroeit tot een obsessie. Het
beste is om er een duidelijk onderwerp van gesprek van te maken. Waarschuw
kinderen voor de destructieve verzoekingen waar zij op kunnen stoten. Luister
wat ze ervan vinden en hoe ze zich er volgens hen van los kunnen maken.
Zeg waarom en waarvoor je bang bent en waarvan je walgt. Beloof ze dat je er
altijd voor hen bent als ze hun hart willen luchten. En snauw ze nooit af als
ze een slechte ervaring achter de rug hebben waarover ze gechoqueerd zijn en
ze willen spreken.
Noten.
1. Iedere verstandige surfer
weet dat wat er op Internet gezegd wordt, niet voor 100% betrouwbaar is. Er is
een wereld van verschil tussen de zogenaamde kinderen en de echte kinderen die
zich ouder voordoen dan zij zijn en iedereen die hun fantasietjes en opschepperijen
voor waarheid verkopen. Uit ervaring kan gezegd worden dat ongeveer 3/5 van de
gesprekken op « serieuze » forums betrouwbaar zijn.
2. Ik hoorde in september 2002 op de radio zelfs een Belgisch minister
voor jeugdzaken met een « bevrijdende uitspraak ». Woorden
waarop kinderen en tieners terecht zouden kunnen reageren met : « En jullie,
volwassenen, hoeveel keer per dag trekken jullie je af? ».
3. Ook al heeft de volwassene het recht om « ik weet
het niet » of «
ik moet er even over nadenken » te antwoorden, het is altijd beter meteen
mondeling of met een passend gebaar te reageren.
4. Dit zijn dikwijls polyvalente
sites met info, forums en allerlei rubrieken ( quiz, spelletjes ) en
chat-groepen.
5. Dit is
alleen maar positief : het kind toetst wat het kan en voelt zich hierdoor
gevaloriseerd.
(1) Iedere verstandige surfer weet dat wat er op Internet
gezegd wordt, niet voor 100% betrouwbaar is. Er is een wereld van verschil
tussen de zogenaamde kinderen en de echte kinderen die zich ouder voordoen dan
zij zijn en iedereen die hun fantasietjes en opschepperijen voor waarheid
verkopen. Uit ervaring kan gezegd worden dat ongeveer 3/5 van de gesprekken op
« serieuze » forums
betrouwbaar zijn.
(2) Ik
hoorde in september 2002 op de radio
zelfs een Belgisch minister voor jeugdzaken met een « bevrijdende uitspraak ». Woorden
waarop kinderen en tieners terecht zouden kunnen reageren met : « En jullie,
volwassenen, hoeveel keer per dag trekken jullie je af? ».
(3) Ook
al heeft de volwassene het recht om «
ik weet het niet » of « ik moet er even over nadenken » te antwoorden, het is altijd beter
meteen mondeling of met een passend gebaar te reageren.
(4) Dit
zijn dikwijls polyvalente sites met info, forums en allerlei rubrieken ( quiz,
spelletjes ) en chat-groepen.
(5) Dit is
alleen maar positief : het kind toetst wat het kan en voelt zich hierdoor
gevaloriseerd.