Hoofdstuk 2
In de
levensfasen die we in dit hoofdstuk zullen behandelen, overlappen diverse
belangrijke motivaties elkaar en volgen elkaar op, zoals golven in de zee
zonder ooit echt uit te vloeien.
Kinderen van zes - zeven jaar hebben
intussen hun seksuele lichaam en dat van de andere sekse ontdekt en verifiëren
- in hun eentje of met een favoriet leeftijdgenootje - nog eens goed of het « object er nog steeds zit ». Ze beginnen hun eigen geslachtelijkheid te aanvaarden, maar hun laatste
angst hieromtrent is nog niet helemaal verdwenen.
Tussen acht - tien jaar zijn kinderen
moderne wetenschappers : seks interesseert hen als studieobject, in al zijn
facetten en zonder taboes. Met kameraadjes praten ze vaak over seks en doen ze
zelfs wat praktische oefeningen, meer om te weten hoe het precies in zijn werk
gaat dan om tot een Iustgevoel te komen.
Preadolescenten wagen een
kijkje in de seksuele wereld van tieners en volwassenen en willen proberen
waartoe ze zoal in staat zijn. Lichamelijk genot intrigeert hen niet alleen,
maar interesseert hen al gauw in hoge mate, zowel in theorie als in praktijk.
De
hieronder beschreven activiteiten zijn allemaal ( voldoende ) ontwikkeld
( = gezond ) of normaal ontwikkeld. Ze hebben vooral betrekking op
de genitaliënstreek van het lichaam met werkingsmechanismen die met de
ontwikkelingsfase van het kind mee evolueren.
Vanaf vijf jaar en vooral tussen zeven en acht jaar tonen kinderen graag hun eigen geslachtsdelen en willen
ook die van andere kinderen zien. Ze bekijken hoe die geslachtsdelen eruit zien
en hoe ze functioneren : ze raken ze aan, inspecteren ze en spelen ermee. Wat
kinderen vooral drijft, is nieuwsgierigheid en het vervangen naar kennis. Met
een speelkameraadje worden deze activiteiten dikwijls in een seksueel
rollenspel opgenomen ( bijvoorbeeld zoals bij « doktertje spelen » ), maar op
deze leeftijd gaan kinderen meteen recht op hun doel af en verzinnen geen
uitgebreide scenario's meer, iets wat de uiteindelijke ontdekkingen en
exploraties alleen maar zou uitstellen.
In de caravan ...
Lily ( twaalf jaar ), die zich afvraagt « word ik lesbisch »?; vertrouwt aan het forum Elysa een paar
herinneringen toe die steeds bij haar terugkomen : « Toen ik zes was, vroeg mijn nichtje ( acht
jaar ) me om mee naar haar caravan te gaan ( N.B. in de tuin ), [...] daarna
zei ze dat we onze kleren moesten uittrekken [...]. We hebben ons toen helemaal
uitgekleed, maar er gebeurde niets [...].Lacherig hebben we elkaar twee minuten aangekeken en toen
zei ik dat we ons weer moesten aankleden ».
Tijdens de prepuberteit kunnen
kinderen opnieuw beginnen met inspecteren en experimenteren. Hun activiteiten
draaien dan vooral rond inwijding in de seksuele praktijk en erotische
verworvenheden van oudere kinderen. Vooral de intieme anatomie en fysiologie
van de andere sekse fascineren kinderen enorm. Toch durven veel preadolescenten
de andere sekse nog niet concreet te benaderen en houden ze het bij praten,
porno kijken of het begluren van een oudere jongen of een ouder meisje in bad.
In deze
levensfase is masturberen de belangrijkste seksuele activiteit. Jongetjes
hebben hun penis allang bij toeval rond zes - zeven maanden ontdekt,
bijvoorbeeld als ze een schone luier krijgen en ze uit nieuwsgierigheid met
hun piemeltje beginnen te spelen, zoals ze dat ook met andere lichaamsdelen (
tenen, vingers, enz.) doen. Meisjes ontdekken hun vulva wat later, rond tien -
elf maanden. Tussen een en drie jaar proberen zij uit nieuwsgierigheid soms
een boontje of erwt of een klein stukje speelgoed in hun vagina te stoppen,
zoals ze ook allerlei dingetjes in hun mond of neus proberen te doen ( www.umich.edu ). Tussen 2 1/2 en 5 jaar raken de meeste kinderen soms hun
geslachtsdelen aan, spelen ermee of wrijven erover om zo een lekker gevoel te
ervaren. Ongeveer 10 tot 15 % van de kinderen kennen reeds de klassieke gebaren
van het masturberen.
Vanaf zes jaar vermindert het openlijke karakter
van zelfbevrediginggenotsbeleving. Hoogstens prutsen en friemelen kinderen af
en toe door hun kleren heen aan hun geslacht, zonder te beseffen dat eventuele
ooggetuigen kunnen doorhebben waar ze mee bezig zijn. Op zo’n moment worden ze
snel tot de orde geroepen door hun ouders of zelfs door broertjes of zusjes,
die beschaamd zijn over de «
onfatsoenlijke manieren van het kind in het bijzijn van iedereen ». Vooral uit angst ingegeven seksuele handelingen en inspecties kunnen zich
daarentegen tot ongeveer acht jaar nog steeds vrij ongegeneerd voordoen.
Bij het begin van de adolescentie ( rond 13-14 jaar )
masturberen bijna alle jongens zich, een minderheid af en toe, de meesten
tussen drie keer per week en dagelijks, terwijl een kleine minderheid ( rond 5%
) het zelfs dagelijks meermaals doet. Ook meisjes masturberen zich (
50-60% ). ( Aangenomen dat deze cijfers,
doorgaans afkomstig van vragenlijsten voorgelegd aan middelbare scholieren of
jonge volwassenen, echt betrouwbaar zijn ).
De
haantje-de-voorsten onder de preadolescenten beginnen zoveel mogelijk de
seksuele activiteiten van de « groten
» te imiteren. Sommigen gaan zich zelfs volledig als
zodanig gedragen (1). Er bestaat echter
een aanzienlijke kloof tussen hun lichamelijk prestatievermogen - dat heel « goed » kan zijn - en hun affectieve en
relationele rijpheid : die staat nog op het niveau van elf - twaalf jarige kinderen. Zij kunnen de eventuele gevolgen van hun
handelingen dan ook slecht inschatten. Helaas durven ze nauwelijks met
volwassenen over hun « hoogstandjes
» te praten noch over hun eventuele problemen hieromtrent.
Hierdoor vertonen ze vaak risicogedrag : ze denken niet aan
voorzorgsmaatregelen in verband met voorbehoedmiddelen, SOA's ( Seksueel
Overdraagbare Aandoeningen ) en ultravroege dramatische zwangerschappen tot
gevolg ). Even een voorbeeld : jonge buren, een meisje en een jongen van twaalf jaar die zich seksueel tot elkaar aangetrokken voelen,
ouders vaak van huis, veelvuldige afspraakjes thuis die de gelegenheid vormen
de volgende etappes van seksualiteitsbeleving te doorlopen : elkaar kussen en
omhelzen, elkaar stevig kussen met petting ( dat wil zeggen elkaar
erotisch strelen met kleren aan ), masturberen, « bevingeren », orale seks en
vaginale penetratie.
Vandaag de dag is een discussie over orale seks dringend
nodig. In de media en het seksuele discours wordt dit als iets doodnormaals
gezien, althans in zijn polariteit « penis in mond ».
Dus - zelfs
kleine - kinderen ( zes - zeven jaar ) die intelligent, nieuwsgierig en
welingelicht zijn, kunnen dit zelf willen uitproberen, zonder te beseffen dat
het om iets erotisch gaat : dit is daarom nog geen fellatio! Als ze acht -
negen jaar zijn, kunnen kinderen elkaar op dit gebied flink uitdagen. Vanaf de
preadolescentie nemen sommigen dit op in hun erotisch repertoire (
seksegenootjes samen of meisjes en jongetjes onder elkaar ), pas dan kan je
echt van fellatio spreken. Daarom gebruik Ik liever de uitdrukking « volledige
geslachtsgemeenschap » (
sexual intercourse ) of « aduldlike seksuele
activiteiten » om de -
niet-solitaire - betrekkingen aan te duiden waarbij sprake is van penetratie
( oraal, anaal of vaginaal ) met de bedoeling te doen zoals de « groten » om hetzelfde erotisch plezier te beleven als
zij. Het inbrengen van een penis
( of van een ander voorwerp ) in een ad hoc lichaamsopening van een
speelkameraadje tijdens een seksueel spel kan ipso facto niet worden
gelijkgesteld met volledige geslachtsgemeenschap, zoals ik die heb
gedefinieerd, zelfs al kan het er choquerend veel op lijken.
Vanaf
zeven - acht jaar gaat een deel van de gesprekken op de speelplaats over
seksuele kennis. Een kind vertelt een mop die het je-weet-niet-waar heeft
opgevangen - het soort moppen die onder kinderen de ronde doen en evengoed
smerig of sadistisch als seksueel getint kunnen zijn. Niet iedereen in de groep
snapt de mop, maar iedereen lacht zogenaamd begrijpend mee.
Naarmate
kinderen ouder worden, raakt hun dagelijkse woordenschat doorspekt met
gedurfde tussenwerpsels, waarmee ze willen bewijzen dat ze bij de wereld van de
grote mensen horen. « Shit,
‘t is serieus waar! … hou op
met dat gelul! » Er wordt te pas en te onpas mee
gestrooid en niet alleen onder leeftijdgenootjes, maar ook in het bijzijn van
volwassenen. Soms wordt een volwassene ook persoonlijk het mikpunt, wanneer het
kind zeer geagiteerd of boos is. Er worden steeds meer schuine moppen getapt
die hoe langer hoe schunniger worden. Verder is seks hét onderwerp van gesprek
en dit niet alleen maar in het algemeen. Seks wordt in verband gebracht met
mensen uit hun directe omgeving of met beelden uit allerhande media. In een
bepaalde fase bluffen veel kinderen in hun groepje over echte of verzonnen
prestaties. In ruimdenkende gezinnen vertellen opgroeiende kinderen zelf met
intens plezier een seksuele grap of anekdote aan hun ouders of het hele gezin
om zo te laten zien dat ze « weten
hoe de steel in de vork zit ». In de hoop ook eens zoiets van
hun ouders op te vangen, luisteren ze met gespitste oren en worden ze razend
als ze buitengesloten worden met de woorden « dat is niet voor jullie oortjes bestemd ».
Kijkgenot
volgt al snel op de visuele door angst ingegeven inspecties van kinderen rond
de zes - zeven jaar Het kind wil nu zien wat het niet mag zien, juist omdat het
verboden is. Niet alleen gaat het erom te doen zoals de « groten », die er niet
over ophouden, maar ook omdat het hen seksueel begint op te winden. Hoe groter
kinderen worden, hoe meer hun interesse uitgaat naar het lichaam en de seksuele
activiteiten van adolescenten en volwassenen : kinderen begluren (2) een ouder zusje in de
badkamer en snuffelen vooral in de hoorn des overvloeds van de multimedia :
televisie en internet ( hoofdstuk 4 behandelt deze virtuele seksshops binnen
bereik van kleine kinderen, die er evenzeer naar kijken ).
Kinderen aan het woord
Een
adolescent van veertien jaar stelt op het forum Elysa ongerust een vraag over
zijn seksualiteit : « Ben
ik soms pedofiel? » Hij was babysitter geweest
bij een meisje van tien, « dat voor haar leeftijd al vrij ontwikkeld was [...] en met wie ik goed kon
opschieten [...]. Ze kwam op een gegeven moment naar me toe en zei : “ Je mag mij aanraken als jij
me je piemel Iaat zien “. En de jongen voegde eraan toe : “ Ik heb me laten overhalen en
ik vond het best leuk “». Vandaar zijn vraag.
Wat
te antwoorden? Hieruit valt niet af te leiden of deze zo jonge adolescent normaal
is of een potentiële pedofiel. Wat hij vertelt, is dat hij één keer aan de
verleiding heeft toegegeven op uitnodiging van een « al aardig ontwikkeld » meisje. Je kunt zo'n jongen ermee feliciteren dat hij zichzelf zo'n
ernstige vraag stelt. Je kunt hem verder de raad geven zich voortaan te
onthouden van seksuele activiteiten met jonge ( zelfs voor hun leeftijd al heel
goed ontwikkelde ) kinderen. En dan het meisje : gaat het bij haar om
een verlangen om te kijken ( iets wat nog normaal is voor haar leeftijd ) of
kent ze geen « terughoudendheid »? Als ze dergelijke voorstellen doet, betekent dit dan
dat ze benieuwd is naar het potentiële genot van de babysitter of gedraagt ze
zich gewoon als een klein strateegje dat met haar charmes te koop loopt zonder
echt rekening te houden met de ander?
Sommige
kinderen tonen zich graag naakt, met hun geslachtsdelen duidelijk zichtbaar (
zelfs in erectie voor wat de jongens betreft ), waarbij ze soms als een ervaren
stripteasedanser(es) staan te kronkelen of als een jonge faun ( of bosnimf )
rondspringen. Het kan ook dat ze zomaar hun broek naar beneden laten zakken en
willen dat de getuige ( vaak iemand van hun eigen leeftijd of iets jonger ) hun
« anatomie » bewondert. Daarbij is het wel degelijk hun bedoeling de ander seksueel in
verlegenheid te brengen. Dit naakt poseren kan spontaan gebeuren en met veel
vrolijke opwinding gepaard gaan.
Andere
kinderen pakken het subtieler en meer indirect aan ( ze « vergeten » bijvoorbeeld de deur van de
badkamer te sluiten; ze leggen het zo aan boord dat ze zich uitkleden samen
met het vriendje/ vriendinnetje dat blijft logeren, enz. (3)
). Deze tweede categorie « naaktvertoningen
» kan een spelletje zijn dat voorafgaat aan het verleiden,
een spelletje dat slimme strateegjes maar al te graag spelen. Maar het kan ook
een ( lichtelijk ) verontrustend signaal zijn ( een pervers spelletje om
verwarring te zaaien zonder rechtstreeks op het doel af te gaan ). Dit seksueel
provoceren kan gepaard gaan met andere drijfveren of vervangen deze : trots je
ontwikkelde geslachtsdelen laten zien ( of zelfs laten zien hoe je kan
masturberen of welke andere seksuele technieken je beheerst ), anderen laten
schrikken, vooral kinderen van de andere sekse ( en om soms op die manier
resten van je eigen angst te ontkennen, zoals bij « spookje spelen »).
Bram en zijn pyjamabroek
Af
en toe rent Bram ( tien jaar ) - zonder pyjamabroek en uitbundig gillend - de
slaapkamer van zijn oudste zusje (
twaalf jaar) binnen of soms zelfs die van zijn
ouders. Hij maakt een paar masturberende gebaren en vliegt dan altijd weer
gillend hun kamer uit alsof het om een leuke grap ging. Is dit een vorm van
viriel protest tegenover zijn familieleden die door hem als machtiger worden
ervaren? 0f is Bram misschien ietwat onzeker en wil hij zijn angst op die
manier controleren? Het is wellicht het tegenovergestelde van bedplassen.
We
kunnen het gebruik van tussenwerpsels, moppen tappen en het maken van obscene
gebaren min of meer vergelijken met het zich naakt tonen. Het is de half
gesublimeerde uiting van iets wat leeftijdgenootjes onder elkaar heel gewoon
vinden en zelfs waarderen.
Ten
slotte willen sommige kinderen nogal eens over de schreef gaan in hun
provocaties. Ze vertellen bijvoorbeeld obsceniteiten door de telefoon of nemen
zogenaamde interviews over seks af. Zulke kinderen zijn er dan vooral op uit
te protesteren tegen de betuttelende hulpverlening van de speciaal voor hen
bestemde Kinder-en Jongerentelefoon.
Occasionele
obscene tekeningen en graffiti hebben dezelfde bedoeling : de psychoanalyse
brengt dit in verband met een « anale » component ( het kind « maakt » een product - tegelijkertijd
kunstwerk en afval - bestemd om, zoals excrementen, langzaam in de natuur te
vergaan ).
Er is naakt en naakt
Er
bestaan kwantitatieve en kwalitatieve verschillen tussen onderstaande
activiteiten die er stuk voor stuk op gericht zijn de naaktheid van het Iichaam
goed te laten uitkomen, maar die daarom nog niet allemaal met seksuele
opwinding samen hoeven te gaan :
- Naturisme : sommige
jonge kinderen doen spontaan aan naturisme, maar dan meestal in gezinsverband.
Het plezier om samen naakt te zijn in harmonie met de natuur wordt beleefd
zonder enige seksuele opwinding.
- Plezier beleven aan het naakt zijn om de
schoonheid van je lichaam te tonen alsook de
lichamelijke en seksuele kracht die je in je voelt. In dit geval is er reeds
sprake van een seksuele, bijna erotische beleving, zonder de bedoeling iemand
anders seksueel op te winden. Dit soort naaktheid is vaak alleen « voor het
kind zelf » bedoeld, waarbij het zich eventueel
masturbeert, maar het kan hier ook los van staan. Sommige preadolescenten
genieten hiervan in het grootste geheim wanneer ze alleen thuis zijn. Ze kunnen
dit genoegen echter ook openlijk zoeken, maar dan discreet, bijna zonder het
toe te geven en zonder dat het gekoppeld is aan seksuele opwinding ( het
plezier van het gezamenlijk douchen in de kleedkamers in sportcentra ).
- Er plezier aan beleven om je af en too
poedelnaakt te tonen.
- Exhibitionisme : komt
zelden bij kinderen voor. Oppervlakkig gezien is er geen vormverschil tussen
het zich naakt willen vertonen en exhibitionisme, maar andere criteria
onderscheiden het laatste fundamenteel van het speelse in je blootje lopen.
Exhibitionisme valt onder de categorie perverse activiteiten ( zie hoofdstuk 3,
p. 112 en
volgende ).
Enkele « primitieve » seksuele
activiteiten
Voor de meer primitieve seksuele
activiteiten en genoegens uit de vroegste kinderjaren is de motivatie nog maar
gering, maar ze zijn ook niet echt opgegeven. Ze kunnen opnieuw sporadisch
opduiken als alternatieve ontspanning : plasspelletjes ( alleen of in een
groepje ), schuttingtaal gebruiken of schunnige moppen vertellen, een ander
kind op de mond kussen en/of diens lichaam aflikken, enz.
Het zijn vooral primitieve
aspecten uit de prille kinderjaren die, vergelijkbaar met stromingen die zich
in een rivier samenvoegen, de genitale seksualiteit van het kind kunnen
binnensluipen en kleuren. Deze aspecten blijven waarschijnlijk voortbestaan tot
in de adolescentie en de volwassenheid. Zo vertonen sommige kinderen
regressief gedrag in verband met hun genitale activiteiten en willen weer heel
graag knuffelen of geknuffeld worden, zoals toen ze een baby waren. Anderen
hebben een bepaalde voorkeur voor « orale
seks ». Er zijn ook dominante kinderen met een superioriteitsgevoel die het zoeken in
een hardhandige seksualiteit waarin ze iets afdwingen; zij zoeken partners die
graag onderdanig zijn, enz.
Vooral
rond de preadolescentie tonen kinderen zich bijzonder overmoedig. Ze proberen
hun macht te bevestigen en exploreren creatief hoe je erotisch genot kan
oproepen. Ze kunnen daarbij heel vindingrijk zijn en « ongewone » seksexperimenten doen,
bijvoorbeeld zich door hun hondje laten likken, urine opdrinken, zich
masturberen in het slipje van hun grote zus, enz. De grens tussen normaal en
tijdelijk ( pervers ) pathologisch blijft vaag ( zie hoofdstuk 4 voor de
differentiële diagnose met perverse activiteiten ). Wanneer volwassenen op het
seksuele laboratorium van deze doktertjes Mabuse ( film van regisseur Fritz
Lang ) stoten, dan zijn ze hierdoor dikwijls danig geschokt. Toch verdient dit
soort situaties een beheerste en onpartijdige analyse, waardoor volwassenen
zouden begrijpen dat dit soort experimenten in de psychoseksuele ontwikkeling
van de jonge experimentator vaak veel onrustbarender lijkt dan het in
feite is.
De fantasiewereld die samengaat
met de seksuele activiteit van het kind is een
nog weinig onderzocht gebied waarover we niet veel weten. Kinderen spreken
nauwelijks spontaan (4) over
fantasieën die rechtstreeks in verband staan met hun seksuele leven.
Volwassenen, psychotherapeuten inbegrepen, hebben scrupules als kinderen hierover
gedetailleerde vragen stellen en houden het dan maar bij wat algemeenheden (5). Niettemin werken kinderen vaak een
fantasiewereld rond hun seksuele activiteiten uit die er bepaald niet om
liegt. Hun bewuste fantasieën grenzen geheimzinnig dicht aan onbewuste, analoge
of andere fantasieën. Laatstgenoemde zijn de bron van andere voorstellingen van
het kind, ofwel zuiver mentaal ( erotische dromen of die er dicht bij in de buurt
komen ) ofwel iets meer tastbaars, uitgedrukt in tekeningen, spelletjes, enz.
met een enerzijds zeer duidelijk te herkennen en anderzijds zeer moeilijk te
ontrafelen symboliek.
Wanneer een kind zich
masturbeert, gaat dit meestal gepaard met reminiscenties ( flauwe
herinneringen ), beelden, bewuste gedachten of een soort script. Zelfs bij
de jongsten ( zes - acht jaar) kan het al gaan om herinneringen aan lichamen en
geslachtsdelen, maar meestal zijn het fantasieën over niet seksueel getint
geluk ( herinneringen of persoonlijke vondsten ). Wanneer de oedipale
gevoelens nog vrij sterk aanwezig zijn, kan de lievelingsouder in deze
fantasieën erg teder zijn en roept het kind andere gelukkige momenten in het
gezinsleven op. Maar hoe groter kinderen worden, hoe meer hun fantasieën de
vorm aannemen van die van adolescenten of volwassenen. Het zijn herinneringen
aan aangename seksuele ervaringen, dikwijls via de multimedia opgevangen
seksbeelden, pure erotische creaties van de verbeelding, waarin soms een
vriendje of de laatste flirt voorkomt, voor wie het kind echt liefde begint te
voelen.
Bij wijze van repentie
Op
een forum vertelt Michelle (
dertien jaar) dat haar moeder haar verraste
( Michelle was toen elf ) bij een vorm van masturberen die al aardig
vooruitwees naar de seksuele daad : « Ik had twee kussens onder me gelegd
waarover ik me aan het wrijven was, [..] en dacht daarbij aan mijn broers beste
vriend Marc ( dertien jaar); ik was dolverliefd op hem. » ( N.B : we kunnen trouwens reeds de zeer duidelijke
heteroseksualiteit van Michelle herkennen alsook haar exogame of
buitenfamiliale verlangens ).
Mentale
voorstellingen van hetzelfde type kunnen zich eveneens voordoen los van elke
seksuele handeling, bijvoorbeeld tijdens mijmeringen of een moment van
wegdromen. Ze zijn dan vermengd met andere fantasieën uit de prille
kinderjaren.
Wanneer bij de seksuele activiteit een of meer vriendjes/vriendinnetjes
zijn betrokken, kan of kunnen deze dikwijls ook in bewuste
fantasieën voorkomen, met talloze variaties.
-
Tijdens het « heetst van het
gevecht » fantaseren ze niets, maar imiteren hoogstens
pornobeelden.
- Er
bestaat een gemeenschappelijk seksueel ritueel of script. Dit wordt voorgesteld
ter voorbereiding of is zelfs de kern van de seksuele activiteit
( bijvoorbeeld doen alsof je een van de « sterren » van Big Brother bent als
ze met elkaar flirten en met elkaar naar bed gaan ), maar tijdens het spel kan
er net zo goed van het script worden afgeweken.
- Een
meer relationeel getint rollenspel kan het seksuele aspect erin rechtvaardigen
en pikant maken ( doktertje spelen ).
- Er
bestaan ook intieme fantasieën die kinderen niet met hun
vriendjes/vriendinnetjes van het moment delen. Deze fantasieën kunnen evengoed
wél als niet over genoemd(e) vriendje(s)/vriendinnetje(s) gaan. Hetzelfde geldt
voor het seksuele spel. Dit zijn zeer « persoonlijke » fantasieën, opkomend uit het
intrapsychisch erotisch prentenboek van het kind. Tijdens zijn seksuele
activiteit is het kind als het ware gespleten en is het geestelijk niet
betrokken bij wat het doet! Bij een bepaald aantal kinderen zet dit proces zich
door in hun latere seksuele leven, maar meestal wordt het nooit verteld aan de
toekomstige, zelfs beminde, partner(s).
Voor zover ermee in contact valt
te komen, kunnen we ons vragen stellen bij het fantasieleven van een kind
wanneer :
- fantasieën totaal lijken te
ontbreken, zodat de seksualiteit van het kind
zich alleen door de handeling ontlaadt;
- een kind,
vooral een adolescent, niet in staat is tot persoonlijke creativiteit en
uitsluitend en min of meer begerig zijn/haar erotische denkwereld met het
bekijken van pornobeelden voedt, die het zich vervolgens passief voor de geest
haalt;
- een
kind - intensief en langdurig - fantasieën van één enkele ( zeer ) afwijkende
categorie cultiveert;
- de
fantasieën, alhoewel gediversifieerd, zich als vloedgolven opdringen en het
kind te veel dwingen tot een ongeremde ( adult-like ) en op genot
gerichte seksualiteit. Omgekeerd kunnen sommige grote kinderen zonder veel
zelfvertrouwen door dit soort fantasieën, dikwijls nog gecombineerd met het
bekijken van porno, wegvluchten in soloseks,
iets wat hen slechts compenserende bevrediging verschaft.
Fantasieën en afwijkingen
Het
is moeilijk uit te maken wat het criterium is waarboven een « afwijking » tot iets pathologisch
wordt. Fantasieën dienen ook als uitlaatklep voor de restanten van onze
primitieve seksualiteit zonder tot de daad te willen overgaan. Het is dus
onvermijdelijk en wenselijk, dat er soms in onze geestelijke verbeelding,
« verschrikkelijke »
beelden en scripts de revue passeren, waarvoor we niet willen uitkomen. Dit kan
zich ook voordoen bij kinderen, meestal
vanaf tien - elf jaar
Niettemin zijn bepaalde personen zo sterk gefixeerd op een welomschreven
afwijkende - bijvoorbeeld sadistische - fantasie, dat ze ter aanvulling documentatie gaan zoeken ( leve internet!
). Het is trouwens niet onmogelijk dat ze tot de daad
overgaan, mocht de gelegenheid zich voordoen. Deze mensen raken verstrikt in
een zeer troebele zone tussen het normale en het perverse.
Verantwoordelijkheidsbesef van het kind en diens verhouding tot de volwassenen
In hun
diepste innerlijk herkennen kinderen, die zich goed in hun vel voelen, op zijn
minst intuïtief aan wat werkelijk hun seksuele behoeften zijn : « Het was prettig en leerzaam ... Ik heb het helemaal zelf
gewild ... Ik ging akkoord om het met Maud te doen ... » Wanneer volwassenen dit te weten komen, raken kinderen dikwijls in
verlegenheid en zijn ze gegeneerd, maar niet echt van hun stuk gebracht. Als
volwassenen hen daarna vragen een andere plek voor hun activiteit te zoeken of
als ze niet willen dat het voorgevallene zich herhaait, zullen kinderen zich op
zijn minst voorzichtig tonen en zich hier niet openlijk tegen verzetten.
Meestal zullen ze trouwens proberen te gehoorzamen en proberen het «
waarom » ervan te
begrijpen, iets wat sommige categorieën zorgbarende kinderen onmogelijk kunnen.
Er
bestaat een onderling verband tussen de seksuele activiteiten die het kind
toegeeft of ontkent en wat het als reactie van volwassenen verwacht :
acceptatie of afkeuring.
In
gespannen situaties waarin het kind weet dat het in conflict komt met een
repressieve of culpabiliserende reactie van de volwassene, zal het eerst vaak
de feiten ontkennen en zelfs zijn kameraadje(s) de schuld geven : « ik heb me laten meeslepen ». Maar het zal niet koppig
blijven ontkennen, in tegenstelling tot andere kinderen die beseffen dingen
gedaan te hebben die écht niet door de beugel kunnen.
Het
andere uiterste is dat van het tolerantere en meer open gezin, dat bij een kind
een banale seksuele activiteit ontdekt. Hier zal men de situatie discreet en tolerant
benaderen, zodat het positieve ervaringen kan opdoen.
Dan
zijn er nog gezinnen waarin ( ongetwijfeld als afrekening met het verleden ) de
ouders iets té nieuwsgierig zijn naar de seksualiteit van hun kinderen of deze
zelfs aanmoedigen zonder dat het komt tot een troebel incestueus klimaat. Als
de ouders in zo'n gezin ontdekken dat hun kind seksueel actief is, zou dit hen
een begrijpend lachje kunnen ontlokken. Maar een kind dat zo'n reactie krijgt,
heeft het daar soms moeilijk mee. Het voelt zich beslist niet schuldig, maar
weet ook niet goed of het wel zo gelukkig is met de indiscretie van zijn
ouders.
Een hartelijke familiesfeer
De kern van een hartelijke
familiesfeer draait rond blijdschap en spontaan
plezier. Vaak, en vooral in het begin
van seksuele experimenten, voelt het kind zich opgewonden ( je
bevredigt je nieuwsgierigheid, komt meer te weten, neemt risico's of daagt
volwassenen uit! ). Aanvankelijk speelt het
erotisch genot nog niet sterk mee, maar het raakt steeds meer op de voorgrond (
zie hoofdstuk 1, p. 42 ). Er blijft doorgaans nog een «
tikkeltje » angst over ( en eventueel schuldgevoelens ), zelfs als
het kind zich positief ontwikkelt. De angst of het schuldgevoel is daarbij niet
hoofdzakelijk verbonden met de realistische vrees voor de dubbele signalen die
vaak uitgaan van het volwassen discours. Angst wijst er ook op dat er
restanten van een fundamenteel intrapsychisch conflict rond seksualiteit
blijven voortleven ( zie hoofdstuk 1, p. 37 ).
Vaak is de activiteit spontaan,
toevallig of uitgelokt door een onverwachte prikkel : verveling, wegdromen
voor het inslapen, surfen op de computer, behoefte om met z'n tweeën op
hetzelfde moment te plassen, enz. Toch is de activiteit
ook niet impulsief, in de zin van een plotseling onweerstaanbare drang. Maar
meestal gaat het niet om een vooraf goed georganiseerd plan (6).
Een onverwachte gebeurtenis
Omdat
ze net het broertje van Marion helemaal naakt hebben gezien, pakt Marion
( zes jaar) opeens haar vriendje Lucas ( zes jaar ) bij de hand en neemt
hem mee naar haar slaapkamer. Ze stelt hem voor dat ze alle twee hun kleren
uittrekken, doen dit, bekijken elkaar en raken elkaar aan ... Dan komt de
moeder opeens binnen ... De kinderen rechtvaardigen zich en zeggen : « We hebben
toch ook zopas het piemeltje van Mathieu gezien?! »
Dit soort seksuele activiteit
komt niet vaak voor en blijft recreatief. Een paar kameraadjes komen bij elkaar
om allerlei dingen samen te doen : discussiëren, spelen, loI trappen, aan sport
doen en eventueel ook nog wat seksuele spelletjes. Hetzelfde geldt voor een
facet van de seksualiteit waar je alleen zelf
hij betrokken bent, ter ontspanning of als moment van alternatieve creatie en
recreatie in een druk bezet Ieventje.
De
activiteiten die worden geëxploreerd en beoefend, worden steeds
gediversifieerder en evolueren naar meer volwassen vormen van seksualiteit.
Kinderen
beleven hun seksualiteit discreet, niet in de buurt van volwassenen en zelfs
ver van hun Ieeftijdgenootjes. Toch proberen ze zich niet af
te sluiten, in tegenstelling tot kinderen die heel goed beseffen dat ze zeer
afkeurenswaardige dingen doen ( dit geldt bijvoorbeeld voor perverse kinderen
).
Kinderen
die zich goed in hun vel voelen, doen een aantal seksueel getinte dingen
samen met een of meer vriendjes/vriendinnetjes, en zelfs wanneer ze alléén
bezig zijn, komt de ander - teder, opwindend of begerenswaardig - in hun
fantasieën voor.
Dikwijls
staan kinderen op voet van gelijkheid met elkaar. Bij de meeste
gemeenschappelijke seksuele activiteiten staan gezond ontwikkelde kinderen op
voet van gelijkheid of liever gezegd, hebben ze het gevoel dat dit zo is. Deze
fundamentele overtuiging weegt al vroeg en op een natuurlijke manier door.
Hier
volgen drie criteria in verband met de status van het kind :
1. Een
kind richt zich niet seksueel tot iemand die het affectief of cognitief als
zwakker aanvoelt (7).
2. Zolang het kind nog niet echt abstract denkt, is de
lichaamsgrootte een tweede doorslaggevend criterium. Kinderen kijken meestal
neer op kinderen die veel kleiner van gestalte zijn dan zijzelf. Een
twaalfjarige jongen ( niet al te zeer ontwikkeld ) daarentegen kan zijn flink gebouwde
en slimme nichtje van acht jaar als een gelijkwaardig speelgenootje beschouwen.
3. Van
dezelfde leeftijd zijn of in leeftijd verschillen is voor kinderen minder
belangrijk dan de twee voorgaande punten. « Groteren » kijken inderdaad neer op jongere
kinderen ( die van de kleuterschool of de eerste jaren van de lagere school (8) ) en beschermen hen zelfs
een beetje. Maar dit wil nog niet zeggen dat « doktertje spelen » tussen een broer van zeven en zijn zusje van vier daarom meteen
pathologisch zou zijn.
In heel
wat gevallen wordt aan deze drie criteria voldaan en is het leeftijdsverschil
doorgaans twee of drie jaar. Maar als de eerste twee criteria gerespecteerd
worden ( rijpheid in de ontwikkeling en lichaamsbouw ) kan het
leeftijdsverschil tot vijf jaar oplopen, zonder dat daardoor de grenzen van een
gezonde seksualiteit overschreden worden. Bij een leeftijdsverschil is de
klassieke reflex om de oudere als de meest verantwoordelijke te beschouwen ( de
dominante, degene die de ander heeft overgehaald, enz. ). Vaak is dit ook zo,
maar niet altijd. Jongere kinderen kunnen heel ondernemend en dominant zijn en
oudere passievere of zwakkere kinderen destabiliseren. Dit moeten we goed
onthouden. Belangrijk is ook dat het niet altijd jongens zijn die meisjes
overhalen, het kan ook omgekeerd.
Het
feit broer en zus te zijn, vormt voor de meeste kinderen een belemmering, die
toeneemt naarmate ze groter worden. Anderen zien in hun broer of zus dan weer
een kameraadje binnen handbereik. Seksuele activiteiten die hieruit
voortvloeien, kunnen aanvaardbaar blijven en zelfs stimuleren tot persoonlijke
ontplooiing. Seksuele activiteiten tussen broertjes en zusjes komen echter
minder vaak voor dan seksuele activiteiten tussen kinderen die geen familie van
elkaar zijn en nemen af als de puberteit zich aankondigt ( voor meer details,
zie hoofdstuk 4 ).
Ik was het
niet, maar zij!
Robert ( vijftien jaar ) vraagt hulp aan de seksuologen
van het forum Elysa omdat hij zich « stomweg heeft laten doen » [...] « en ik geloof dat het slecht is. Ik speelde verstoppertje
met mijn nichtje van negen, we hadden ons op dezelfde plek verstopt, ze greep
naar mijn penis en wreef erover, daarna pakte ze mijn hand vast en liet me haar
short en haar slipje naar beneden trekken; ze wilde dat ik haar streelde en ik
ben gezwicht [...] Na die eerste keer is het nog twee of drie keer gebeurd; het
is altijd zij die het vraagt en op het moment zelf vind ik het prettig.
Maar ik ben bang dat ik pedofiel ben? »
Laten we aannemen dat een
jongere op zijn twaalfde puber is geworden. Ik ben van mening dat dit ongeveer
de leeftijdsgrens is waarop deze jongere zichzelf kan beschouwen als aankomend
adolescent. Het is de leeftijdsfase waarin pubers een ambivalent beeld hebben
van hun naakte seksuele lichaam en het dan ook niet graag tonen. Er zijn ook jongeren die intuïtief aanvoelen dat ze tot een
nieuwe status overgaan. Dan kunnen ze spontaan besluiten om geen seksuele spelletjes
meer te spelen met nog niet geslachtsrijpe kinderen of kameraadjes die bezig
zijn preadolescent te worden, maar nog geen puber zijn. Dit is de eenvoudigste
oplossing!
Anderen
wijken dan weer na hun eerste zaadlozing niet van hun seksueel doel af, alleen
maar omdat hun zaadproductie op gang is gekomen. 0f ze nu al dan niet uitkijken
naar dit moment, het verandert niets aan hun seksuele verwachtingen noch aan
hun psychologie van dat moment. 0f liever, het stimuleert hun trots, hun drang
te verleiden als ( jonge ) man of ( jonge ) vrouw en hun verlangen om
praktische demonstraties te geven aan kinderen die jonger zijn terwijl
terzelfder tijd hun erotische behoeften toenemen.
Wanneer
een ouder kind een (te) jong kind probeert te verleiden
Volwassenen kunnen op de volgende manier hierop reageren
:
- Ongelukken voorkomen door middel van concrete
vroegtijdige voorlichting en bewustmaking : als we met pubers praten, moeten
we het ook over de risico's hebben die aan seksuele betrekkingen zijn verbonden
en over de te nemen voorzorgsmaatregelen (9).
- Het idee accepteren dat seksueel contact tussen een
jonge puber en een nog niet geslachtsrijp kind positief kan worden beleefd, op
voorwaarde dat dit contact voldoet aan de hiervoor uiteengezette criteria ( p.
71-72 ).
- Met het oog op de toekomst vooral met hen praten en hun
uitleggen dat de puberteit ( een fysiologische realiteit ) rituelen en het
kiezen van nieuwe vrienden en vriendinnen met zich meebrengt ( een
psycho-maatschappelijke realiteit ). Dus voortaan zouden pubers moeten omgaan
met pubers of met jongelui die al een heel eind op weg zijn naar de puberteit,
want op die manier zullen ze zich ten slotte zelf een jonge adolescent/e gaan
voelen.
- Zelfs als ze dit idee niet accepteren, toch dit laatste
punt invoeren als basisprincipe ( zie p. 240 ).
Laten
we er even van uitgaan dat de puberteit is begonnen voor het elfde
levensjaar (10). In dit geval voelen veel jongeren
zich psychologisch eerder overdonderd dan blij met wat hen overkomt. Dikwijls
hebben ze de neiging zich - althans tijdelijk - in soloseks terug te trekken.
Je moet deze jongeren eerst en vooral helpen hun zelfvertrouwen te bewaren of
te herwinnen en hun « seksuele en
gender-identiteit » te aanvaarden, hen de nodige biologisch-seksuele
voorlichting geven, uitleggen dat ze vanaf nu potentieel vruchtbaar zijn en het
belang van voorbehoedmiddelen toelichten.
Als
kinderen gemeenschappelijke seksuele activiteiten hebben die beantwoorden aan
andere dan bovenstaande criteria ( zie p. 88-94 ), moeten we kunnen accepteren
dat deze eerst nog als positief kunnen worden beleefd, uitgaande van meisjes
of jongens die zich nog kind in een te snel gegroeid lichaam voelen. Voor deze
kinderen geldt dus dezelfde soort opvoeding als voor andere preadolescenten die
nog geen puber zijn geworden. Later kunnen we ervoor zorgen dat ze een andere
status krijgen ( zie kader p. 73 ), bijvoorbeeld als ze twaalf jaar geworden zijn.
Bij het
beschrijven van de normale inwijdingsrituelen heb ik erop gewezen dat degene
die wordt ingewijd vaak een zwakkere status heeft dan degene die inwijdt. De
laatstgenoemde denkt dat zijn/haar bijdrage psychologisch verwerkt kan worden
en doorgaans een positief resultaat heeft.
Het
andere geval komt veel minder vaak voor : hierbij gaat het om jonge
intelligente kinderen ( vanaf acht jaar ) die voor zijn op hun leeftijd en
weinig seksuele schroom kennen. Zij vragen soms zonder omwegen een adolescent ( tot veertien - vijftien jaar ) om hem/haar in te wijden of met hem/haar te doen wat ze al eens eerder
hebben gedaan ( op voorgaande bladzijden stonden reeds twee voorbeelden ).
Meestal gaat het om een geïmproviseerde en openhartige, lacherige vraag en niet
zozeer om een bewuste verleidingsmanoeuvre. Deze kinderen stellen een handeling
voor die meer bij hun eigen ontwikkelingsfase past dan bij die van de
adolescent aan wie ze iets vragen, zoals bekijken, laten zien, aanraken … Het
is de kunst een adolescent aan te spreken van wie ze denken dat hij/zij lief,
vatbaar voor suggestie en geïnteresseerd in seks is (11). En ze lopen niet altijd een
blauwtje...
Als de
adolescent aan wie dit wordt gevraagd geen broer of zus is en als hij/zij
accepteert, is de seksuele activiteit doorgaans sporadisch en van korte duur (12). Ofwel krijgt het kind er al snel
genoeg van ofwel komt de adolescent weer met beide voeten op de grond, wij er
niet langer zijn energie in stoppen en kijkt er met lichte schaamte op terug.
Het seksuele spel tussen broers en zussen kan langer voortduren, een jaar of
twee, vaak met lange tussenpozen, zonder dat ze gevoelsmatig en seksueel niet
meer zonder elkaar kunnen.
Deze
activiteiten op zich zouden dus nog altijd passen in het kader van « voldoende positief », mits ze beantwoorden aan bovengenoemde criteria. Maar wegens het
aanzienlijke leeftijdsverschil is het toch wenselijk dat er voor deze seksuele
spelletjes tussen broers en zussen een serieuze verbodsbepaling klinkt,
indien de volwassenen van de spelletjes op de hoogte zijn.
Tussen
ongeveer zes en acht jaar hebben kinderen een vast speelkameraadje van
hetzelfde of het andere geslacht. Dit kan het vriendje of het buurmeisje zijn
dat thuis komt spelen en aan wie het gastheertje of gastvrouwtje met kloppend
hart de dokterspulletjes in zijn/haar slaapkamer toont. Het kind kan ook samen
in bad gaan en andere leuke dingen doen met de lievelingszus of het neefje dat
blijft logeren.
Tussen 7 1/2 en 9 jaar lijkt de
belangstelling voor seksuele spelletjes op een erg laag pitje te staan (13). Bloot is eerder iets voor baby's (14). Bovendien is de angst van de vorige
levensfase intussen ruimschoots weggeëbd en vervangen door schaamtegevoel, wat
wordt ervaren als een positieve eigenschap, maar ook als een handicap. Er is
nog geen enkel duidelijk teken van hormonale ontwikkeling die bij kinderen in
deze leeftijdsgroep seksuele prikkels zou kunnen opwekken. Kinderen van deze
leeftijd « doen eerder aan wetenschap », zijn verzot op woordspelletjes en houden ook van andere spannende
spelletjes, zoals «
detectivespelen » ( ze kruipen tot bij de struik
waarachter grote adolescenten liggen te ravotten ). Alles wordt nu met
seksegenootjes ondernomen, zodat je je goed als meisje of als jongen kan
identificeren en daarbij het andere geslacht minacht.
Rond elf jaar wordt de seksuele activiteit weer gereactiveerd. Heel wat normale preadolescenten blijven nog preuts of schuchter en beperken
zich tot seksuele spelletjes met zichzelf. Anderen doen het tegenovergestelde
en staan nu open voor gemeenschappelijke seksuele activiteiten, vaak met een
leeftijdgenootje van het eigen geslacht of met het vertrouwde groepje
seksegenootjes en maar af en toe met hun beste vriendje/vriendinnetje. Het is
de periode waarin kinderen elkaar graag kietelen en « voor de grap » met elkaar stoeien, maar er ook
even van profiteren elkaar aan te raken, of zelfs regelrecht naar de intieme
delen onder de kleren te grijpen. En blijft er een vriendje overnachten, dan
zal de meest ondernemende van de twee jongens impulsief zijn pyjamabroek omlaag
en omhoog trekken en, hup, zijn geslacht in erectie aan zijn vriendje laten
zien. Ten slotte is het ook de leeftijd waarop drie of vier kameraadjes elkaar
op een geheime plek ontmoeten en over van alles en nog wat discussiëren : over
hun lastige ouders, sociale wantoestanden, enz. Het zijn de plekjes waar ze roken
en allerlei erotische dingen doen. Het is een leeftijd met nieuwe innerlijke onzekerheden. Misschien stellen ze elkaar
onderling gerust door een vergelijking van hun masturbatietechnieken of
psychologische en seksuele problemen.
Sommige kinderen voorvoelen al vanaf hun
elfde of twaalfde jaar hun homoseksuele oriëntatie ( zie hoofdstuk 4 ).
Elkaar
ontdekken als mens
Behalve de drie hoofdcriteria ( rijpheid in de
ontwikkeling, lichaamsbouw en leeftijd ) zijn er nog andere kenmerken aan een
gemeenschappelijke positieve seksualiteit verbonden :
- Onderlinge instemming : het initiatief en het
voorstel komen van degene met het meeste lef, er volgt onmiddellijk een
positieve reactie van de ander(en). Soms is de reactie wat aarzelender, wat
passiever en gaat gepaard met gemengde gevoelens, maar uiteindelijk stemt de
ander in, zelfs al is dit met enig voorbehoud.
- Wederzijdsheid : samen een scenario opstellen,
onderhandelen over wat je wilt gaan doen, met de ander tot een compromis
komen en je ervoor interesseren wat de ander fijn vindt.
- « Het samen doen » : heel vaak is dit het vervolg op « uit de bol gaan ». Je maakt samen pret, lacht en praat. En ongemerkt komt
er bij de spelletjes of activiteiten seks aan te pas en dan opeens ontdek je
elkaar als mens.
lets meer over «
piepjonge stelletjes »
Bij
maar weinig preadolescenten die aan gemeenschappelijke seksuele activiteiten
doen, kan er zich een soort seksuele vroegrijpheid installeren, waardoor hun
interesse enkel en alleen uitgaat naar een kameraadje of vriendinnetje dat even
rijp en grosso modo even oud is en vaker van het andere dan van het
eigen geslacht is (15).
Deze
piepjonge stelletjes beleven een positieve affectieve relatie - kameraadschap?
liefde? - en ze gaan in hun seksuele spel steeds verder tot allerlei vormen
van penetratie. Dit soort stelletjes is niet legio, maar ze schreeuwen het ook
meteen niet van de daken. Ofwel weten ze het goed verborgen te houden ofwel
weet de een of andere vertrouweling van hun leeftijd het, die vaak dezelfde
situatie beleeft (16).
De
glamour-stelletjes
Ook zien we vrij frequent van die « net alsof » - stelletjes die absoluut aandacht willen krijgen
uit een behoefte alle twee « op te vallen ».
Het is iets waartoe ook de groep leeftijdgenootjes hen kan aanzetten en zelfs
hun familie, al gebeurt dat minder vaak. Deze stelletjes, die zich al vanaf
acht - negen jaar ( of later, onder de blikken
en met actief medeweten van een clubje seksegenootjes ) kunnen vormen, tonen op allerlei manieren aan iedereen
dat het « aan
» of « uit » is. In het begin is het niet duidelijk of beide kinderen écht iets voor elkaar voelen, maar ze zijn er
eigenlijk op uit om - via de ander
- hun seksuele en gender-identiteit te bevestigen. Komt er meer persoonlijke
betrokkenheid in een relatie zodra ze preadolescenten worden? Waarschijnlijk,
maar ze blijven nog steeds een rolletje spelen. De meisjes kleden zich heel
sexy om de jongens te verleiden; Iiefdesbriefjes vliegen onder de schoolbanken
(17) door; jongens vertellen
de grootste grofheden over het meisje dat ze achternalopen en dagen elkaar
onderling uit : « Je
durft je nooit te laten pijpen ... »). Go-betweens
worden op de potentiële uitverkorene afgestuurd met een duidelijke boodschap (« X vraagt of je met hem wilt
uitgaan ... »). Het raakt « aan » en weer « uit » en
dat wordt met groot vertoon van woede of gespeeld liefdesverdriet aan iedereen
getoond. Bij actieve stelletjes blijft het dikwijls bij pikante woordspelletjes
en « versieren
» boven de gordel (18).
Zeldzamer
zijn de echte kinderliefdes die soms erg vroeg beginnen. De Romeo's en Julia's in spe koesteren zeer diepe, positieve en hechte
gevoelens voor elkaar, net als bij volwassen koppels. Soms zijn ze heel
verlegen en hoewel ze zich tot elkaar aangetrokken voelen, houden ze aanvankelijk afstand, uit angst de betovering te
verbreken. Wanneer ze uiteindelijk meer toenadering tot elkaar zoeken, komen ze
zelden met liefdesverklaringen voor de dag. Hun relatie wordt discreet beleefd,
met veel tact, tederheid en schroom. Ze hebben er een hekel aan te worden « gepest » in verband met hun gevoelens voor elkaar of als ze
worden gestoord bij dat wat ze het liefste doen : zij aan zij samen zijn,
elkaar diep in de ogen kijken, bij een wandeling mekaars hand vastnemen of
elkaar een kuis kusje geven. Ze hoeven niet per se altijd samen te
spelen (19), maar ze voeren wel samen de meest
diepgaande gesprekken. Ze wisselen cadeautjes uit, bewijzen elkaar kleine attenties
en beschermen elkaar. Gewoonlijk willen ze geen rechtstreeks seksueel contact :
alleen volwassenen fantaseren over het omgekeerde. Komt er door een toeval een
einde aan hun relatie, dan kunnen ze daar heel lang, intens verdriet van
hebben.
Toch gebeurt het niet vaak dat
deze jonge stelletjes even innig en verliefd blijven zodra ze de tweede
adolescentie bereiken. Zelfs al was het tot dan toe wel degelijk Iiefde waar
het om ging, het feit dat ze niet verlangden naar lichamelijk contact wordt
geleidelijk aan onherroepelijk een obstakel. AI dan niet impliciet met
onderling goedvinden gaan ze naar een ander uitkijken voor een nieuwe etappe in
hun leven. Er kan tussen het tweetal echter een hechte en tedere vriendschap
blijven bestaan, zelfs al hebben ze na hun jeugd vele jaren Iang geen contact
gehad.
Geen enkel mens kan voortdurend
leven in een staat van volledig normaal zijn, in stralende ... of afschuwelijk
saaie geestelijke gezondheid.
Kinderen die zich goed
ontwikkelen, kunnen sporadisch iets doen wat als pathologisch bestempeld wordt,
maar meestal blijft het bij een eenmalige daad of enkele daden die zich binnen
een korte periode herhalen : bijvoorbeeld een trip van een dag of een «
vakantie » van een paar weken in een
louche club. Zij zullen zich nooit nog eens laten strikken of in het ergste
geval niet meer dan twee of drie keer in hun hele leven.
De meeste kinderen ontsporen wel
eens lichtjes : door omstandigheden van buitenaf of als ze last hebben van een
wisselend humeur waardoor ze een nare tijd doormaken ( bijvoorbeeld een
neerslachtige periode ). Ze kunnen ook een tijdje onder de slechte invloed
staan van een vriendje of kleine bende. In zulke situaties willen kinderen -
zonder reden - testen hoe ver ze kunnen gaan of tot wat voor slechts ze in
staat zijn.
Soms riskeert dit pathologisch te worden zonder dat het
kind werkelijk zwaar
in de fout wil gaan. Dan zien we dat de angst vooral de
jongsten opnieuw in zijn greep krijgt. Ze verifiëren hardhandig op seksueel
gebied en steken bijvoorbeeld een thermometer, potlood of rietje in de intieme
lichaamsopeningen - vagina, anus of zelfs urinebuis -. Ze kunnen ook weer een
overdreven schuldgevoel en remmingen vertonen ( weglopen van de groep als er
over seks gesproken wordt, overdreven preutsheid of heimelijk hun
geslachtsdelen pijnigen, enz.). Verder zien we soms in een fase van verdriet of
falen, als vluchtgedrag overdreven masturberen, of een tijdje ongebreidelde
seks nadat ze toevallig iets erg prettigs hebben beleefd.
Het kind kan
ook wel degelijk beseffen dat het iets totaal inacceptabels doet, maar
overstelpt door de emoties van het moment wil het toch verder gaan en verlangt
er zelfs actief naar. Zijn daad is zowel slecht en pathologisch (20) en kan heel ver gaan :
een dier folteren, niet « nee » zeggen als zijn clubje vrienden overgaat tot groepsverkrachting of een
jonger kind lastig valt en terroriseert (21).
In gezinsverband kan de oudste, meisje of jongen, een tijdje seksueel geweld
plegen op de jongste of deze inwijden, waarbij het jongere kind ronduit voor de
gek gehouden of geterroriseerd wordt, opdat het zijn mond zou houden. Dit kan
zich een, twee of drie keer voordoen. Wat kan de normaal zo correcte oudste
toch bezielen? Een behoefte om als oudste zijn recht en zijn macht te
bevestigen door middel van het « recht op defloratie »? Een
enorme frustratie die de oudste afreageert op de eerste de beste punching-ball
binnen zijn bereik? Een slecht verwerkte jaloezie met de behoefte de
jongste schade te berokkenen en te bezoedelen? Juan ( acht jaar ) maakte eens
een tekening voor me van een naakt meisje met een paar haartjes en een grote
clitoris, extra geaccentueerd met zwart potlood. Heel verlegen legde hij me uit
dat zijn grote zus ( veertien jaar) haar
geslacht had laten zien en in detail alles had uitgelegd, waarna ze van hem
eiste haar geslacht aan te raken en te likken. Na afloop vroeg ze hem om
vergiffenis en liet ze hem zweren dat hij het niemand zou vertellen.
Een jaar later zag ik een
obscene tekening van Jean-Baptiste ( negen jaar ), iets erg ongewoons voor hem.
Ik drong aan om erachter te komen waarom hij zoiets getekend had en
uiteindelijk vertelde hij me dat zijn oudere broer Benoît ( 16 jaar ) hem
absoluut zijn geslacht in erectie, de technieken van het masturberen en de
ejaculatie wilde laten zien. Het zou een keer zijn gebeurd en Benoît had hem
niets in ruil daarvoor gevraagd, Jean-Baptiste hoefde alleen maar toe te
kijken. Daarna zou hij gegeneerd zijn weggegaan en er nooit meer op teruggekomen
zijn.
In elk geval, wanneer
het om kinderen gaat die geestelijk echt goed gezond zijn en die zich dan in
dit soort dingen storten, stellen we vast dat :
- ze slechts bij uitzondering over
de schreef gaan ( doden, duidelijk seksueel misbruik voor langere duur plegen
) : hun moreel bewustzijn neemt weer de overhand, waardoor ze met hun foute
gedrag stoppen.
- ze spontaan een stap terug
doen : ze betreuren hun daden en nemen persoonlijke maatregelen om niet in
herhaling te vallen. Soms proberen ze zelfs hun fouten persoonlijk goed te
maken.
Zullen ze het openlijk en
spontaan toegeven indien er iets wordt vermoed? Niet zo gemakkelijk! Ze zouden
liever willen dat hun gewelddadigheden geheim bleven, zoals de onze toen wij zo
jong waren als zij. Als het uitkomt, dan is het een drama, want hun ouders
begrijpen er helemaal niets van. Het is alsof één enkele daad alles tenietdoet
wat zij hun kind allemaal aan positiefs hebben meegegeven.
Net dient in alle bescheidenheid
gezegd : zelfs met een ruime beroepservaring is het niet altijd eenvoudig om
een uitspraak te doen over hoe gezond of ziekelijk, toelaatbaar of
afkeurenswaardig een seksuele daad van een kind is. Evenmin is het eenvoudig
het toekomstige gedrag van het kind te
voorspellen. En bovendien is er nog de subjectiviteit van de
therapeut - een eerste obstakel!
Om iets correct te kunnen
inschatten, moeten we over een nauwkeurige en ongekleurde beschrijving van de
handeling beschikken en nagaan of die handeling geïsoleerd en zeldzaam is of
zich herhaalt. Hoe vaak gebeurt het niet dat tijdens een teamvergadering geruchten
over vervaarlijke faunen of nimfen sterk overdreven blijken? Het kwam er, na
rustig doorvragen, op neer dat ze mekaars plassertje hadden aangeraakt. Ook
dienen we rekening te houden met de ontwikkelingsfase van kinderen, het clubje
kinderen met wie ze omgaan, hun cultuur, hoe hun familie functioneert, of er al
wellicht geweld heerst op school, enz.
En ondanks dit alles kunnen zich
nog problemen voordoen. Neem bijvoorbeeld seksuele gedragingen waarmee kinderen
zich zonder enige remming beginnen te manifesteren. Wat is de grens tussen wel
en niet « verontrustend » gedrag? En indien het kind een zeer dominant seksueel gedrag vertoont,
wanneer overschrijdt het dan daarbij werkelijk de grens van seksueel misbruik?
0f wat te denken van bepaalde seksuele excentriciteiten? Waar houdt een nog
aanvaardbare nieuwsgierigheid of vindingrijkheid op? Wat kan een volwassene
antwoorden aan Pieter ( elf jaar ) die op een forum het volgende schrijft : « Hé, jongens, toen ik me vroeger masturbeerde, deed
ik altijd de luier van mijn broertje aan en soms, als er niemand was, liep ik
ermee door het huis … Cool hoor, te weten dat er anderen zijn die dat
ook doen ».
Mozaïekkinderen
Moeilijk
te evalueren blijken vooral de zogenaamde « mozaïekkinderen ». Zo
noem ik kinderen die ons, over een lange periode, aan de ene kant geruststellen
en aan de andere kant zorg baren. Ze ontwikkelen een deel van hun positieve
potentieel, maar anderzijds zijn ze ook « té dit of té dat » : té zenuwachtig, té afhankelijk, té angstig, té weinig stressbestendig of té dominant. Dit is lastig voor
zowel de kinderen zelf als voor hun omgeving. Voor deze kinderen die min of
meer geestelijk gezond zijn, vormen seksuele gedragingen dan ook soms een
probleem. Ze lijden onder iets te veel schuldgevoelens en angst rond seksualiteit,
met als gevolg een geremd of compulsief gedrag dan wel een iets te « wilde » of te impulsieve seksualiteit, enz.
Maar
ook al ontbreekt er een vaste lijn in het gedrag, toch moeten we ons op
educatief vlak niet laten ontmoedigen. Ouders, opvoeders of psychotherapeuten
kunnen altijd nog verder denken en commentaar leveren in de trant van : « We weten niet of het goed of slecht, normaal of
ziekelijk is wat je hebt gedaan, maar we willen dat je ermee stopt omdat wij dit ( om die en die reden ) niet graag hebben
en je moet gehoorzamen, omdat het zo en niet anders is hier thuis ... »
1. In 1993 schatte T. Cavanagh Johnson het aantal geestelijk goed
gezonde Amerikaanse preteens die al aan de een of andere vorm van
seksuele penetratie hadden gedaan op 4%. Tien jaar later is dit percentage
vermoedelijk één of twee percent gestegen.
2. Begluren
: iemand onderzoeken door hem/haar met de blik uit te kleden.
3. Vanaf de preadolescentie
wordt het zelfs met meer gespeeld, via imitaties van striptease en andere strip-pokers.
4. En wanneer sommigen er als
volwassene in een geromanceerde biografie over spreken, dan nog is het moeilijk
uit te maken of het gaat om getrouwe herinnering, zuivere fictie of een
reconstructie achteraf! Hetzelfde geldt wanneer het bij een psychotherapeut ter
sprake komt.
5. Bijvoorbeeld wanneer een
preadolescent bezorgd is over zijn seksuele geaardheid kan de therapeut hem
vragen naar de algemene inhoud van zijn zelfbevredigingfantasieën zonder
hem de scenario's in detail te laten vertellen.
6. Maar er is een verschil
tussen « praktisch organiseren » vanwege de omstandigheden ( bijv. elkaar gedrieën
rond zo en zo laat treffen, omdat dan de ouders afwezig zijn ) en « expres organiseren
» voor
meer en langer erotisch genot, dat reeds deel kan uitmaken van een perverse
activiteit.
7. Hoewel de gelegenheid zich
zelden voordoet, vormt de lichamelijke handicap van de ander daarentegen, in
principe geen obstakel : zonder politieke indoctrinatie erkennen kinderen de
gelijke rechten van deze categorie gehandicapte leeftijdgenootjes.
8. In het stripverhaal South
Park ( T. Parker, 1997 ) belanden
kinderen van negen - tien jaar
toevallig op een pornografische site op Internet ( ze zochten naar het woord «
clitoris » ) maar
wanneer het broertje van vijf – zes jaar erbij komt zitten, wordt hij meteen
afgepoeierd.
9. Met kinderen praten en hen
uitleggen dat het beter is, niet te vroeg te beginnen met seksuele
betrekkingen; jongens en meisjes die het er toch op wagen, moeten weten dat er
lichamelijke risico's bestaan ( de eerste, onverwachtse maar reeds bevruchtende
zaadlozing : eerste ovulatie voor de eerste menstruatie ). Zodra kinderen zich
beginnen te ontwikkelen en als ze besluiten toch een relatie aan te gaan,
moeten ze op een verantwoorde manier handelen en ervoor zorgen dat ze altijd een voorbehoedmiddel
bij zich hebhen, niet vaginaal penetreren, enz.
10. Bij meisjes kan dit nog een
lichamelijke oorzaak hebben. Bij jongens houdt een te vroege puberteit dikwijls
verband met lichamelijke aandoeningen.
11. Noord-Amerikanen
en Canadezen schijnen heel wat van dit soort ervaringen te hebben met jonge
babysitters van veertien - vijftien jaar.
12. Althans
als het gaat om gezonde kinderen, die dus geen genegenheid te kort komen noch
pervers zijn.
13. Schijnt?
Er is een echte terugval, maar feit is dat het kind beter op de hoogte en
voorzichtiger is en dat het zich minder naïef laat inpalmen door een
volwassene dan een kind van zes!
14. Behalve
wat steelse blikken om te vergelijken zoals bij de jongens, wanneer ze in
mekaars gezelschap plassen - sorry - pissen.
15. Wanneer er zich een
stelletje vormt tussen leeftijdgenootjes van hetzelfde geslacht die een
duidelijke en hard seksuele relatie hebben, wil dat nog niet zeggen dat
dit van beslissende invloed is op hun toekomstige seksuele geaardheid. ( zie
Hoofdstuk 4, p. 155 en volgende )
16. In het ergste geval kunnen
er seksparty's plaatsvinden, maar dan hebben we het over de meer zorgwekkende
categorie kinderen die zonder enige reserve tegenover seks staan.
17. 0f
liever gezegd, SMSjes gaan over en weer, maar altijd in de buurt van andere
klasgenootjes als getuigen.
18. Vaak maar niet altijd : een
minderheid van deze schijnstelletjes gaat over tot adult-like seksuele
activiteiten.
19. Activiteiten
met een seksueel doel bestaan nauwelijks. Maar hoe jonger ze zijn, hoe vaker
het gebeurt dat ze, zo natuurlijk en kuis als het maar kan, samen naakt
( bijvoorbeeld in bad ) zijn. Onder de talrijke kinderboeken over dit
onderwerp, wil ik het prachtige boekje Ben liebt Anna ( Härtling, 1981 ) warm aanbevelen. Op een gegeven moment
komen Ben en Anna dicht in de buurt van een seksuele ervaring ( ze baden
naakt in de rivier en bekijken elkaar ) en voelen zich daarbij bijzonder
gegeneerd.
20. Mijns
inziens is iedere grove overtreding én slecht én pathologisch. Het normale
houdt in : respect voor de Natuurwet. Deze bewust overtreden, is slecht
en betekent een afwijking van het normale. Het feit dat de daad
pathologisch is, verandert niets aan de verantwoordelijkheid en het
schuldgevoel van degene die de daad beging. ( zie Bijlage 3, p. 304 e.v. )
21. Een
ander voorbeeld, gewoon en schijnbaar softer, maar toch destructief voor
degene die ervoor moet opdraaien : als kinderen op een seksueel spelletje
worden betrapt, dan laat de passiefste, d.w.z. de meeloper onder hen, vaak het
dominante inwijdende kind ervan beschuldigen
een aanrander te zijn. In feite is het een onjuiste en ernstige stigmatisering die
eerstgenoemde echter zonder een kik te geven slikt om zijn eigen vel te
redden.
(1) In 1993 schatte T. Cavanagh Johnson het aantal
geestelijk goed gezonde Amerikaanse preteens die al aan de een of andere
vorm van seksuele penetratie hadden gedaan op 4%. Tien jaar later is dit
percentage vermoedelijk één of twee percent gestegen.
(2) Begluren
: iemand onderzoeken door hem/haar met de blik uit te kleden.
(3) Vanaf
de preadolescentie wordt het zelfs met meer gespeeld, via imitaties van
striptease en andere strip-pokers.
(4) En
wanneer sommigen er als volwassene in een geromanceerde biografie over spreken,
dan nog is het moeilijk uit te maken of het gaat om getrouwe herinnering,
zuivere fictie of een reconstructie achteraf! Hetzelfde geldt wanneer het bij
een psychotherapeut ter sprake komt.
(5)
Bijvoorbeeld wanneer een preadolescent bezorgd is over
zijn seksuele geaardheid kan de therapeut hem vragen naar de algemene
inhoud van zijn zelfbevredigingfantasieën zonder hem de scenario's in
detail te laten vertellen.
(6)
Maar er is een verschil tussen «
praktisch organiseren » vanwege de omstandigheden ( bijv. elkaar gedrieën rond zo en zo laat
treffen, omdat dan de ouders afwezig zijn ) en « expres organiseren » voor meer en langer erotisch genot,
dat reeds deel kan uitmaken van een perverse activiteit.
(7) Hoewel
de gelegenheid zich zelden voordoet, vormt de lichamelijke handicap van de ander
daarentegen, in principe geen obstakel : zonder politieke indoctrinatie
erkennen kinderen de gelijke rechten van deze categorie gehandicapte
leeftijdgenootjes.
(8) In het
stripverhaal South Park ( T. Parker, 1997 ) belanden kinderen van negen - tien jaar toevallig op een pornografische site op Internet ( ze zochten naar het
woord « clitoris » ) maar wanneer het broertje van vijf – zes jaar erbij komt zitten, wordt
hij meteen afgepoeierd.
(9) Met
kinderen praten en hen uitleggen dat het beter is, niet te vroeg te beginnen
met seksuele betrekkingen; jongens en meisjes die het er toch op wagen, moeten
weten dat er lichamelijke risico's bestaan ( de eerste, onverwachtse maar reeds
bevruchtende zaadlozing : eerste ovulatie voor de eerste menstruatie ). Zodra
kinderen zich beginnen te ontwikkelen en als ze besluiten toch een relatie aan
te gaan, moeten ze op een verantwoorde manier handelen en ervoor zorgen dat
ze altijd een voorbehoedmiddel bij zich hebhen, niet vaginaal
penetreren, enz.
(10) Bij meisjes
kan dit nog een lichamelijke oorzaak hebben. Bij jongens houdt een te vroege
puberteit dikwijls verband met lichamelijke aandoeningen.
(11) Noord-Amerikanen
en Canadezen schijnen heel wat van dit soort ervaringen te hebben met jonge
babysitters van veertien - vijftien jaar.
(12) Althans
als het gaat om gezonde kinderen, die dus geen genegenheid te kort komen noch
pervers zijn.
(13) Schijnt?
Er is een echte terugval, maar feit is dat het kind beter op de hoogte en
voorzichtiger is en dat het zich minder naïef laat inpalmen door een
volwassene dan een kind van zes!
(14) Behalve
wat steelse blikken om te vergelijken zoals bij de jongens, wanneer ze in
mekaars gezelschap plassen - sorry - pissen.
(15) Wanneer
er zich een stelletje vormt tussen leeftijdgenootjes van hetzelfde geslacht die
een duidelijke en hard seksuele relatie hebben, wil dat nog niet zeggen
dat dit van beslissende invloed is op hun toekomstige seksuele geaardheid. (
zie Hoofdstuk 4, p. 155 en volgende )
(16) In het
ergste geval kunnen er seksparty's plaatsvinden, maar dan hebben we het over de
meer zorgwekkende categorie kinderen die zonder enige reserve tegenover seks
staan.
(17) 0f
liever gezegd, SMSjes gaan over en weer, maar altijd in de buurt van andere
klasgenootjes als getuigen.
(18) Vaak
maar niet altijd : een minderheid van deze schijnstelletjes gaat over tot adult-like
seksuele activiteiten.
(19) Activiteiten
met een seksueel doel bestaan nauwelijks. Maar hoe jonger ze zijn, hoe vaker
het gebeurt dat ze, zo natuurlijk en kuis als het maar kan, samen naakt
( bijvoorbeeld in bad ) zijn. Onder de talrijke kinderboeken over dit
onderwerp, wil ik het prachtige boekje Ben liebt Anna ( Härtling, 1981 ) warm aanbevelen. Op een gegeven moment
komen Ben en Anna dicht in de buurt van een seksuele ervaring ( ze baden
naakt in de rivier en bekijken elkaar ) en voelen zich daarbij bijzonder
gegeneerd.
(20) Mijns
inziens is iedere grove overtreding én slecht én pathologisch. Het normale
houdt in : respect voor de Natuurwet. Deze bewust overtreden, is slecht
en betekent een afwijking van het normale. Het feit dat de daad
pathologisch is, verandert niets aan de verantwoordelijkheid en het
schuldgevoel van degene die de daad beging. ( zie Bijlage 3, p. 304 e.v. )
(21) Een ander
voorbeeld, gewoon en schijnbaar softer, maar toch destructief voor
degene die ervoor moet opdraaien : als kinderen op een seksueel spelletje
worden betrapt, dan laat de passiefste, d.w.z. de meeloper onder hen, vaak het
dominante inwijdende kind ervan beschuldigen
een aanrander te zijn. In feite is het een onjuiste en ernstige stigmatisering die
eerstgenoemde echter zonder een kik te geven slikt om zijn eigen vel te
redden.